Fase 1 · Probleemafbakening en publieke relevantie
De overheid bepaalt wat het bestuurlijke vraagstuk is, welke publieke belangen geraakt worden en welke ruimte er werkelijk is voor beïnvloeding. Deze fase maakt expliciet wat al vastligt en wat nog openstaat.
Fase 2 · Participatiekader en spelregels
Er wordt vooraf vastgelegd hoe participatie plaatsvindt, wie participeert, welke informatie beschikbaar is en hoe inbreng wordt gewogen. Het kader voorkomt willekeur en maakt verwachtingen controleerbaar.
Fase 3 · Open inbreng en tegenspraak
Burgers, maatschappelijke partijen en professionals leveren input in een vorm die toegankelijk is en inhoudelijke tegenspraak mogelijk maakt. Niet alleen draagvlak, maar ook afwijkende inzichten worden systematisch geregistreerd.
Fase 4 · Juridische en bestuurlijke weging
Inbreng wordt vertaald naar juridische houdbaarheid, uitvoerbaarheid en bestuurlijke proportionaliteit. De overheid motiveert waarom argumenten wel of niet doorwerken in de conceptbeslissing.
Fase 5 · Besluitvorming met openbare motivering
Het formele besluit wordt genomen met een publiek leesbare motivering: welke belangen zijn afgewogen, welke participatie-inbreng is verwerkt en waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt.
Fase 6 · Terugkoppeling, evaluatie en correctie
Na vaststelling volgt actieve terugkoppeling over effecten, knelpunten en noodzakelijke bijstelling. Deze fase borgt dat participatie doorwerkt in de uitvoering en niet stopt bij publicatie van het besluit.